Lezing Zeister historische buitenplaatsen

De lezing "Zeister historische buitenplaatsen" door Wim van der Ende en Eric Blok werd op 22 november 2012 gehouden in het kader van het mede door de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. georganiseerde lezingencyclus.

Zo’n 35 geïnteresseerden waren naar de bibliotheek in Zeist gekomen voor deze derde lezingenavond die de lokale natuur- en milieuorganisaties samen met de Bibliotheek Zeist organiseerden in 2012. Het onderwerp Historische buitenplaatsen in Zeist sloot daarbij prima aan bij het landelijke jaarthema 2012 Jaar van de Historische Buitenplaats. Het programma bestond uit twee lezingen en een paneldiscussie. Wim van der Ende beet de spits af door de aanwezigen aan de hand van fraaie foto’s te wijzen op de vele buitenplaatsen die er in Zeist nog aanwezig zijn. Daarbij wees hij ook op het verschil tussen een landgoed en een buitenplaats. Een landgoed was bedoeld voor permanente bewoning terwijl het verblijf op een buitenplaats oorspronkelijk tijdelijk was, nl. voor ontspanning, vandaar ook de aanduiding lustoord. Als intro op zijn lezing noemde hij de cultuurhistorische atlas “Zeist door de tijd”, waaraan hij zelf heeft meegewerkt, en het boek “Tastbare tijd”. Doel van zijn dialezing was verwondering op te roepen, maar in zijn toelichting liet hij ook twijfels en zorgen horen over het behoud van de buitenplaatsen als cultureel erfgoed. Wim is een boeiend verteller en laat anderen graag delen in zijn kennis. Dit verslag is te zien als de krenten uit de pap van zijn lezing. Vanuit zijn sociaal geografische achtergrond wees hij op het feit dat de bedding van de destijds sterk meanderende Kromme Rijn bepalend is geweest voor de locaties van de buitenplaatsen. Zo zijn er natte landgoederen zoals de Niënhof en Oostbroek bij Bunnik, en droge landgoederen zoals Heidestein tussen Zeist en Driebergen. Wim maakt het onderscheid tussen oude en nieuwere buitenplaatsen. Rijnwijck was destijds de oudste van de eerste categorie maar is allang verdwenen. Bij de dia’s van Wulperhorst wees hij op het jachthuis pal aan de spoorlijn Utrecht-Arnhem. De trein stopte daar destijds op verzoek van de eigenaar! Via het Appellaantje gingen we van Wulperhorst naar landgoed Blikkenburg met z’n grote hoeveelheid kwelwater, waardoor daar een bijzondere vegetatie is. Een aantal buitenplaatsen is omgeven door een groot grasveld. Zou dat grasveld ooit een mooi park zijn geweest en is het een uiting van verpaupering? Op buitenplaatsen tref je nog vaak fantasiegebouwtjes, zgn. folly’s, aan. Een moderne variant daarvan is het kunstwerk Zeist aan Zee op landgoed Hoog Beek en Royen. Dit kunstwerk benadrukt het belang van dijken. Als die er niet zouden zijn, zou het object als baken in het water staan. Veel buitenplaatsen zijn nu in gebruik als kantoor en hoofdgebouw en bijgebouwen zijn dan uitgebreid met allerlei kantoorpanden. Dat is een duidelijke aantasting van het karakter ervan. Voorbeelden hiervan zijn De Breul, Schaerweijde en Sparrenheuvel, alle behorend tot de nieuwere landgoederen uit de 19e eeuw. Overigens heeft De Breul met z’n grote waterpartijen wel een heel eigen karakter. Die waterpartijen staan nog in verbinding met de Rijnwijckse wetering. Maar er zijn ook nog buitenplaatsen en landgoederen die bewoond worden, zoals landgoed Vollenhove, Pavia en Molenbosch. Het kan dus ook anders!. Als bijzonderheid van Vollenhove noemde Wim de daar aanwezige sprengen waardoor het deels een nat gebied is. Pavia was destijds eigendom van Pauw van Wieldrecht. Dat blijkt ook nog uit de stenen bank uit 1915 die nabij het hertenkamp staat. Molenbosch ligt aan de Driebergseweg en is gebouwd rond 1700. Het is een gave buitenplaats compleet met een eigen kapel en een uniek kippenpaleis. In de lezing “Fraaije Plaatsen vragen ruimte voor behoud” door Eric Blok, tuinhistoricus en landschapsarchitect van het Bureau SB4 stond de vraag centraal wat we met landgoederen en buitenplaatsen moeten. Eric ging daarbij niet specifiek in op de verschillende buitenplaatsen in Zeist, maar zijn betoog was daarop ook wel van toepassing. Om de kwaliteit van een buitenplaats te versterken zijn er volgens Eric drie mogelijkheden: restauratie, reconstructie of vernieuwing. Een algemeen geldend principe is daarbij behoud van het unieke karakter; elke buitenplaats is immers anders. In dat kader sprak hij over het beeldmerk van de buitenplaats. Daarbij hoort ook het denken in buitenplaatsbiotopen en bijbehorende negen buitenplaatszones. Voor het behoud van een buitenplaats is een beschrijving van de kwaliteiten ervan het vertrekpunt. De avond werd afgesloten met een paneldiscussie over twee stellingen. Het panel bestond uit de inleiders aangevuld met Marten van Marwijk Kooy (Vollenhove), Koos van Wageningen (Molenbosch) en Hans Kamerbeek (auteur van het boek “Waardevol Groen”). De eerste stelling ging over de belangrijke rol van de overheid bij de instandhouding van landgoederen en de tweede over de instandhouding als de overheid hier niet meer aan mee wil betalen en het dus alleen met particuliere middelen moet gebeuren. De panelleden zagen ook zonder overheidsmiddelen wel mogelijkheden om buitenplaatsen in stand te houden. Met een voorwaardenscheppende rol van de overheid en samenwerking met en aansluiting bij andere partijen zou het ook moeten kunnen lukken. Al met al een boeiende avond,waardoor ik met andere ogen naar buitenplaatsen zal gaan kijken.
Sophieke Nijhuis-Bouma

« terug naar het overzicht