Lezing Duurzaam bouwen

                   De lezing ĒDuurzaam bouwenĒ werd gegeven door Kees Duijvenstein 
                    in het kader van de mede door de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. 
                      georganiseerde lezingencyclus over Duurzaamheid.

In het kader van de lezingencyclus over duurzaamheid was op 15 april 2010 Kees Duijvenstein uitgenodigd om iets te vertellen over duurzaamheid in de bebouwde omgeving en dan in het bijzonder om het door hem ontwikkelde '4P-TetraŽdermodel'. Kees Duijvenstein was tot 2009 als hoogleraar Milieutechnisch verbonden aan de TU-Delft en vanuit die functie betrokken bij het ontwerp van een groot aantal gebouwen, zoals o.a. de bibliotheek van de TU Delft, maar ook bij vele woonwijken, zoals de wijk Ecolonia in Alphen aan de Rijn maar ook de wijken Nieuwland en Vathorst in Amersfoort. Ook nu draagt hij met veel enthousiasme zijn denkbeelden uit. Voorafgaand aan de lezing kregen alle aanwezigen een schema uitgereikt en ook stikkers in een viertal kleuren. Meteen aan het begin van de lezing werd zo iedereen door Kees Duijvenstein uitgenodigd zijn prioriteit ten aanzien van bepaalde thema's/aspecten die bij duurzaamheid spelen aan te geven, in dit geval met als voorbeeld het Stationsgebied Driebergen-Zeist. Dat leidde in het tweede gedeelte van de avond niet alleen tot een levendige discussie, maar maakte ook meteen duidelijk welke thema's/aspecten bij duurzame ontwikkeling een rol spelen. Alvorens nader op het '4P-TetraŽdermodel' in te gaan, werd in de lezing eerst stilgestaan bij de vlucht die het thema duurzaamheid de laatste jaren heeft genomen. Duidelijk is dat economische ontwikkeling vaak ten koste gaat van het milieu. Het lijkt dan wel of je vooruit gaat, maar in werkelijkheid ga je achteruit. Kees Duijvenstein illustreerde dat fraai aan een ervaring die hij ooit tijdens een zeilwedstrijd op het Marsdiep had. Door de sterke stroming leek het of zij met hun schip een enorme vaart hadden, maar ten opzichte van de bodem (en overige schepen) gingen zij feitelijk achteruit en verloren steeds meer terrein. Waar het dus uiteindelijk om gaat dat je economie en ecologie met elkaar weet te verbinden en dat op alle terreinen. Het begrip 'duurzaam bouwen' is niet zo maar ontstaan. Vooral in het beginstadia had het vele namen (o.a. Piggelmee-architectuur) en werd het vaak geassocieerd met de toen welbekende geitenwollensokkendragers. Bij die ecologische woningen lag vooral de nadruk op milieuvriendelijkheid en veel minder op comfort. Door de toenmalige staatssecretaris Tommel werd indertijd het begrip 'ecologisch bouwen' gelanceerd. In het Nationale Milieubeleidsplan (NMP) werd voor het eerst het begrip 'duurzaan bouwen' gebruikt. Na de publicatie van het Brundlandrapport 'Our common future' kreeg het thema duurzaamheid internationale aandacht, waarbij de nadruk lag op de 3 P's: Planet, People en Profit. Als we naar duurzaam bouwen kijken, gaat het dan niet langer alleen om milieukwaliteit van de woningen, bijvoorbeeld de lange levensduur (durability), maar ook om de economische kwaliteit en de sociale kwaliteit, zoals de sociale samenhang in de wijk. Door Kees Duijvenstein is speciaal voor duurzaamheid in de gebouwde omgeving het '4P-TetraŽdermodel' ontwikkeld. Naast de aangegeven 3 P's (Planet, People, Profit), die als drager functioneren, komt daarbij een vierde P, die staat voor 'Project' Úf ruimtelijke kwaliteit. Bij milieukwaliteit (planet) kijk je dan vooral naar de stromen (energie, water, materiaal, mobiliteit, afval) en probeert deze uiteindelijk tot een minimum te reduceren. Daarbij gaat men dan uit van de zogenaamde 'Trias ecologica', waarbij men allereerst het onnodig gebruik van bronnen probeert te voorkomen, daarna gebruik maakt van hernieuwbare bronnen en pas in allerlaatste instantie als het niet anders kan van eindige bronnen. Met 'cradle tot cradle', waarbij 'afval' waar mogelijk als 'voedsel' wordt gebruikt, is hieraan de laatste tijd een enorme impuls gegeven. Bij sociale kwaliteit (people) kijk je naar aspecten als de gezondheid van de bewoners, de veiligheid, het comfort, de levensloopbestendigheid, sociale samenhang in de wijk, etc. Bij de economische kwaliteit (prosperity) naar aspecten als welvaart, betaalbaarheid, transparantie, werkgelegenheid, bereikbaarheid, etc. Tenslotte spelen bij de ruimtelijke kwaliteit (project) aspecten als de visuele kwaliteit, de relatie met de omgeving, de ruimtelijke opbouw, het imago, schoonheid, etc. een rol. Belangrijk bij de toepassing van het '4P-TetraŽdermodel' is dat men ten aanzien van duurzaamheid een positieve 'attitude' ontwikkeld, dus duurzaamheid niet als een bedreiging ziet, maar juist als kans, waarbij je juist door met betrokken partners samen te werken tot creatieve oplossingen kan komen die ook gedragen worden. Na op basis van het model een aantal voorbeeldprojecten te hebben toegelicht, zoals de bibliotheek van de TU Delft, werd er in de pauze aan de hand van het uitgedeelde schema met de vier P's (en bijbehorende aspecten) druk gestikkerd, met als voorbeeld het stationsgebied Driebergen-Zeist. Duidelijk werd dat aan bepaalde thema's/aspecten, ook gezien de uitgangssituatie, een groot belang werd gehecht, maar dat de meningen ook nogal eens verschilden. Zo vond vrijwel iedereen de aandacht voor energie heel belangrijk en ook de aandacht voor natuur en landschap (planet). Over comfort (people) waren de meningen verdeeld. Zo vond de een het niet erg op open (en winderig) station te staan, maar was een ander van mening, dat als mensen zich ergens comfortabel voelen daardoor ook eerder worden uitgedaagd om de trein te nemen. Iedereen was het er wel over eens dat een station goed bereikbaar moet zijn (profit) en dat er bij het ontwerp ook veel aandacht voor de omgeving moet zijn (project). Door het land zijn op basis van het '4P-TetraŽdermodel' inmiddels een aantal projecten in samenwerking met partners tot ontwikkeling gekomen (zie ook de website www.duurzaamgebouwd.nl) en de top 5 van thema's/aspecten die daarbij een rol spelen zijn: energie, gezondheid, participatie, water en sociale samenhang. Duidelijk werd in ieder geval dat duurzaamheid in de gebouwde omgeving niet alleen een uitdaging is, maar dat men daarmede ook tot verrassende oplossingen kan komen en mooie architectuur. Ook gezien betrokkenheid aanwezigen, waaronder enkele studenten en architecten die zich speciaal met duurzaam bouwen bezig houden, kan de bijeenkomst dan ook als bijzonder geslaagd worden gezien. P. Greeven

« terug naar het overzicht